Een vrouw houdt haar armen gespreid. Haar handen rijken tot boven haar hoofd. Haar bovenlijf is ontbloot – op twee slangachtige wezens die vanaf haar heupen ontspringen na. Een blauwe mantel vult de grond naast haar voeten en een doorzichtige rok bedekt stukken van haar benen. Boven haar hoofd zweven gouden en rode figuren die op mysterieuze wijze in contact lijken te staan met haar handen. Een vrouw balanceert op een lijn tussen het zwart en het blauw. Ze lijkt gewond. Het bloed uit haar buik vormt de grond waarboven zij zweeft.

Een vrouw heeft vleugels op haar hoofd en vuur aan haar benen. Ze houdt haar open handen voor haar hart, alsof ze niets te verbergen heeft – en alles te geven. Een vrouw lijkt omwikkeld door een kosmische deken. Haar ogen zijn gesloten, haar blik is naar beneden gericht. Haar voeten staan in de aarde, haar hoofd lijkt verbonden met alles wat haar ontstijgt.

Een vrouw staat wijdbeens met beide voeten op de grond. Haar ogen zijn gesloten; haar bovenbenen gebogen, waardoor de ruimte tussen haar benen de contouren van een huis aanneemt. Haar lange, grijze haren waaien in de wind, terwijl haar linkerarm in verbinding staat met een gouden diamant. Ze is naakt. Een rode gloed omringt haar lichaam.

Een vrouw kijkt de toeschouwer doordringend aan. Onder haar ogen bevinden zich zwarte stippen en rode tranen. Tussen haar ogen prijkt een halve maan.

Elise van Meene (1990) schildert en tekent vrouwen. Soms in grove, kleurrijke vormen – dan weer in dunne lijnen, zwart op wit. ‘De vrouwelijke energie kent zowel licht als donker, schept zowel leven als dood. Elke cyclus ontkiemt, groeit naar vruchtbaarheid en laat uiteindelijk weer los – sterft af, om vervolgens weer opnieuw te kunnen beginnen. Die tegenstellingen vind ik zowel fascinerend als angstaanjagend – en ze zijn allemaal aanwezig in het vrouwenlichaam’, vertelt Van Meene. Haar werk ontstaat dan ook vaak vanuit een lichamelijk zelfonderzoek. ‘Ik focus me op ervaringen in mijn lichaam, bijvoorbeeld op een intense emotie, of op een plek die pijn doet. Ik observeer wat het met me doet als ik op zo’n plek meer ontspanning probeer toe te laten. Dat levert soms vragen of nieuwe inzichten op; er ontplooit zich dan iets van binnenuit. Parallel aan dit zelfonderzoek ontstaat vaak een visueel verhaal. Het is een wisselwerking: elk streepje verf draagt bij aan een manifestatie van energie in mijn lichaam – en andersom.’ Zo transformeert Van Meene lichamelijke sensaties tot figuren en objecten die een verhouding met elkaar aangaan – een verhouding die overstroomt van symboliek en tegelijkertijd raadselachtig en mysterieus blijft.

Tekst door Ingrid de Rond